Haiku

Je leest wat je wilt lezen en wat je leest kan anders zijn!

2019

Januari


luchtig in tinten
kruisen bladeren elkaar
zonder hun verdriet


De tijd staat niet stil
wolken waaien versluierd
boven de straten


Langs oude grachten
volgt mijn blik in de verte
de oude toren


De bibliotheek
ontmoeting van werelden
vrijheid van keuze


Binnen in de kerk
een spirituele poort
gedragen zuilen


Slingerend fietspad
tussen de sparrenbomen
natuurbeleving


Tussen oud en nieuw
verstilt de tijdgeest het beeld
beweegt het water

2018

December

Blauwe bosbessen
op bruine koude aarde
zure laatbloeiers


Dwalend langs huizen
in de historische stad
verbazing alom

Naaktslak neem pauze
met slijmerige sporen
geen centimeter


Daar onder die poort
verdwijnt je hart in de stad
met verwondering


Oude gebouwen
verhalen het tijdloze
met versteende trots


In de reflectie
weerspiegelt ze haar wereld
zonder gebeden

Vroeg in de ochtend
zingt het roodborstje vrolijk
een teer welkoms lied

Geluid in de nacht
de ganzen vliegen voorbij
zonder een baken

Zonder de zaadjes
liggen de dennenappels
te rusten voor kers

De roestbruine haag
sluit de kleine tuin in
vogels gaan vrijuit

Verspreid in de lucht
kleine vlucht wilde ganzen
tien graden voor kerst

De vluchtige rook
verdampt in de ijle lucht
de cv slaat aan

De regendruppels
ontspiegelen waterplas
met kleine golfjes

De asterbloesem
is nu een klein lichtpuntje
op deze aarde

De half volle maan
volgt met haar schaduw de kat
nu twee keer zo groot

vanuit de bergen
schuift de witte aarde op
kijken bomen toe

Een grijze wereld
opent zich voor haar ogen
gesluierde mist

Zwervend door de lucht
op zoek naar lekkere hap
duiken muizen weg

De laatste druppel
telt vage zegeningen
ze trilde verdoofd

Kou traant de ogen
van gewetenloze kat
de muizen mauwen

Wolken bedekken
de heldere blauwe lucht
een schaduw verdwijnt

De licht blauwe lucht
versiert verregende straat
een weerspiegeling

De bruine takjes
tekenen een omgeving
etsen in de lucht

De dennenappel
hangt als een verstekeling
tussen het kerstgroen

Regen op de straat
bijzondere reflecties
gespiegelde boom

Bladeren waaien
door de koude oostenwind
zwijgzame takken

Maan begroet de nacht
halve zalvende klanken
zonder een gehoor

Veel silhouetten
in de grauwe grijze lucht
vluchtige vogels

Enkel lichtpuntje
breekt de grauwe grijze lucht
vluchtige wolken

Sierui vol druppels
buigt door haar zware gewicht
een slak reikt omhoog

Kabbelende beek
streelt het riet langs de oever
gebroken spiegel

Het winters landschap
verstild de laatste bloemen
zonder beweging

September

Omtrekkende scheur
schuurt de witte muurhuizen
verf bladdert de tijd

Geen geheime deur
in een gemetselde nis
dat geloof je niet

Met verwondering
aanschouwt hij een wereld
door bijen-ogen

Daar in de verte
draagt de horizon de zee
verdwenen palen

Verfijnde druppels
tekenen bloembladeren
in kleurrijk palet

Augustus

Woorden begrijpen
als een levenskunstenaar
genoeg empathie

Gestorven woorden
hij snakt naar zuivere lucht
stof van schoolbordkrijt

Lijnen tekenen
op het diep zwarte schoolbord
verborgen taal

Verwoordde tekens
soms zeer onsamenhangend
de taal in ons hoofd

Juli

Droge patronen
in het waterloze wad
oneindig kleispoor

Een grauw grassprietje
houdt zich droog en eenzaam vast
verlangt naar water

Met diepe sporen
tekenen de patronen
gebroken aarde

April

Tere bladeren
wapperen door de warme wind
de haagbeuk vergroent

De wolkenschaduw
tovert drie spookgezichten
op vluchtig moment

Vluchtig vervagen
de dunne grijze strepen
in de blauwe lucht

Een broze wereld
spat als een boze droom uiteen
morgen is niet meer

Intens verdrietig
zo pijnlijk als een messteek
ongewenst moment

In hoge bomen
zingen langs tere takken
lente geluiden

Nieuwe geluiden
van de merel in kale boom
het andere groeit

Een nieuw leven groeit
niet ver van zijn lege huis
wonderen bestaan

Gaat de tijd voorbij
aan zijn verwachtingspatronen
een gelukkige gedachte

Zo klein als het is
draagt zij haar broze wereld
voor een nieuw begin

Maart

Schaduwen op raam
spoken door de harde wind
de volle maan lacht

Angstig kind in bed
roept zijn moeder luid en hard
nachtelijk verdriet

De zonnestralen
bruinen zijn vale gezicht
geen vitamientjes

Onnavolgbare
warme herinneringen
verkleurde foto’s

Het roze honsdraf
steekt voorzichtig haar nek uit
lente begroeting

Niets ontgaat haar blik
speurend naar een warme hap
nu nog luchtvlieger

Met volle borst
fluit de merel toonhoogtes
muzikaal gemak

Het verborgen leed
achter de medicijnen
neem maagzuurremmers

Glazen lijnenspel
met lichte stalen randen
Amsterdamse school

Door zijn camera
aanschouwt hij deze wereld
pakt hij het moment

De kale vlakte
schreeuwt om veel regenwater
bloeiende cactus

Lege bladzijde
vervormd met potloodwoorden
keert hem de rug toe

Erkenning van zijn
gevoel voor creativiteit
nieuwe bladzijde

Een oude foto
vage herinneringen
zijn jongens jaren

Kleuren verlopen
zonder zure bezwering
een zoete appel

Een lichte rilling
langs tere bloembladeren
verkouden windvlaag

De waterkleuren
doorlopen het kale vlak
een schilderspalet

In haar open mond
speurt de tandarts naar gaatjes
houdt hij van kiezen

De zachte aarde
geeft alle bollen ruimte
lente bekent kleur

Een diepere laag
in zijn bevochten bestaan
creativiteit

In zijn bestaansrecht
met beslagen brilleglas
was dichtbij veraf

De kalme verte
komt haar verstild tegemoet
lente dient zich aan

De avond merel
doorbreekt stilte in haar tuin
een laat afscheidslied

Veel en luid getjilp
in de open en kale heg
geen nesteldrang toon

Bevroren grachten
verliezen hun harde kleur
de zon toont zijn kracht

Weer een grijze dag
waar wolken zich verschuilen
geen sneeuwval op komst

Witte vissersboot
komt terug van koude zee
ijspegelfestijn

Februari

Dikke winterjas
vertraagt in snijdende wind
zo onherkenbaar

Een lastig gesprek
wachtlijsten bij hospices
de dood kent geen tijd

Met krachtige stem
praat hij over het einde
wacht het hospices

Acht maanden leven
opent de dood de deuren
zonder een sleutel

Zon warmt de aarde
thuis verlangt zij naar buiten
vrieskou weerhoudt haar

Kou snijdt door hem heen
als een bot scheermesje
geen veilig huis

Bedachte haiku
valt in het koude water
bevroren woorden

Nu witte neerslag
op betonnen dakpannen
morgen schaatsen rijp?

Met fijne tonen
begroet merel ochtendlicht
zalmkleurig palet

Natte weilanden
spiegelen de grijze lucht
hier en daar ijslaag

Weer zon in de tuin
geeft hem een vrolijk gevoel
rijp verwatert

Kale beukenhagen
warmen zich in winterzon
bloeiende krokus

De benen niet goed
en niet kunnen pieken
schaatsen in het vet

Geen bloemen vandaag
de dag was net begonnen
haar Valentijnsdag

Haar Valentijnsdag
was nog maar net begonnen
geen rode rozen

Licht van de lantaarn
speelt met zijn zwarte schaduw
duisternis voorbij

Potje pindakaas
lokt diverse groepen vogels
nieuwe hanggroepen

Bedelaarsgedrag
van een cirkelende meeuw
met scherpe kreten

Met zonnewarmte
ijlt de koude lucht voorbij
verschuiven wolken

Oranjekleuren
schuiven zijn ogen binnen
gouden medailles

Gebroken wijnglas
midden in de zoete nacht
een heftig geluid

Geluid van papier
blijft achter in zijn oren
verscheurde haiku

Een beetje warmte
op deze koude winterdag
in zijn schoenen

Stemmen om hem heen
bepalen niet zijn gedachtes
alleen hijzelf

Fijne bekermos
een streling voor mijn ogen
met een vergrootglas

Bladeren zwerven
zwemmen in het luchtledige
de bladblazer werkt

De koude aarde
weerhoud de bloembollen niet
eerste blad ziet licht

Stilte om hem heen
speelt met zijn gedachtes
geen medicijnen

Nog is het donker
zingt merel het hoogste lied
als nooit tevoren

Eens een trotse beuk
ligt in stukken op de grond
houtsnippers voor zalm

Vogelgeluid
komt speels zachtjes binnen
muziek gekwetter

Witte strepen
doorklieven het uitzicht
sneeuwvlokken geweld

Takken buigen
door de zachte warme wind
in een grijs ornaat

Januari

De kale takken
van de trotse beukenboom
morgen een haardvuur

Met ochtendgloren
krijgt de zon kans te stralen
zingt een merel mee

Een helleborus
trekt zich niets aan van regen
de winterbloesem

Het verdronken land
verbergt kostbare weiden
koeien in de stal

In diepe stilte
langs serene waterkant
zelfs het riet zwijgt

Met hoog water
spiegelen halve bomen
in verdronken land

Sneeuwklokjes bloeien
in een warme periode
de kou houdt zich koest

Weinig tekening
in vluchtige wolkenlucht
wel “v” vormen

Straten spiegelen
kleine historische huizen
een monumentum

Donker silhouet
steekt af tegen grijze lucht
in sierlijke vlucht

Wolken stapelen
in de licht blauwe hemel
witte gezichten

Sierlijke ranken
reiken naar het ontbrekende
de zon tegemoet

Na roerige dag
spreidt de stilte haar armen
trilt de aarde na

De heftige storm
overstemde geluiden
geen vogelgezang

Stilte na de storm
geeft de aarde weer adem
dakpannen schade

Het stenen huis trilt
de storm ontziet niets
de ramen staan bol

Als een spelletje
blaast de wind genadeloos
met volle longen

Vuilniscontainer
delft het onderspit als een
speeltje van de wind

Eindeloze stroom
volgelopen uiterwaarden
landschap verwatert

Een koude nacht
opgeschrikt door onweersklap
bui hagelstenen

Een helder geluid
met hoge volle klanken
het koolmeesje lokt

Wind verjaagt de smog
de kachel lacht zich vurig
de aarde versmelt

Stalen kolommen
trotseren de koudeval
bladderende verf

Het hoge water
geeft haar een ander gezicht
weerspiegelingen

Lichte woordflitsen
schieten genadeloos doel
slapeloze nachten

Vogelgeluiden
licht en zachtjes herhalend
nog geen lentezang

2017

Oktober

de wind juicht luidkeels
wolken botsen boven hem
bladeren zwerven

Paddenstoelen
kleuren de vochtige aarde
sporen van geluk?

Bomen buigen diep
een krachtige wind zwelt aan
het regent bladeren

Roodbruin beukenblad
verandert in herfstkleuren
aquarel waardig

Onrustige wind
zwelt in muzikaliteit
ruis in zijn oren

In deze stilte
trilde het blad door de wind
voelt hij zijn spieren

September

Een zachte bries
ademt warmte in haar gezicht
geen herfstzonnebrand

Sneller en sneller
valt het daglicht uit
sluit de natuur haar ogen

Ragfijne draden
belemmeren zijn gezicht
geen spin te zien

Als schilder ziet hij
contouren zonder inhoud
zijn camera de rest

Zoekend naar lijnen
volgen zijn ogen het beeld
klikt de camera

Nog steeds in bloei
kleurt zij rosé met violet
buigt de stokroos

Juli 

Geroezemoes
klanken van stemgeluiden
mindfulness

Mei

Geurige tissues
weerhouden de pollen niet,
prullenbakken vol

Zwermen pluisjes
gewichtsloos door de warme lucht
weer zakdoekjestijd

Vrijheid en macht
zijn botsende karakters
waar kracht van wint

Gesloten monden
ogen spreken voor zichzelf
herdenkingsleed

Nog geen eitjes-
in de snavel van merel
nestmateriaal

Geratel van ver
stijgerbouwers slaan hun slag
stilte in de tuin

Roodbruin is de tuin
de beuk komt tot leven
even transparant

Gisteren knoppen
die reikten naar de hemel
nu een bruine waas

april

Zelfs in de schemer
tonen bloemen hun kleur
worden wolken rood

Van bruin naar lichtgroen
verandert haagbeuk van kleur
voorjaarsbegroeting

De mirabel treurt
bevroren witte bloesem
slechts nog bladeren

Oranje tulpen
vieren statig Koningsdag
nog een paar dagen

Lilla en roze
één groot licht kleurengordijn
rododendron bloeit

De kater kijkt toe
in snavel van de merel
kronkelende pier

Sluipt ze katachtig
op zoek naar luchtige maaltijd
de merel krijst

De notenboom
groeit uit in de lentezon
vergeten voorbij

De mirabel
schudt haar witte bloesem af
zonder waterkanon

Aan de onderkant
groeien de beukenblaadjes
vrieskou deert ze niet

Kleurige lijnen
snijden dwars door het landschap
geen regenboog te zien

Een gat in de wolken
korte momenten kleuren
bloemen geuren mee

Hyacinten
verzameld in een groot veld
tellen de dagen af

Tuin van de buren
verdwijnt uit het gezichtsveld
beukenhaag groeit

Met de borst vooruit
pronkt mannetjesduif kleuren
kijkt zij nog niet om

Het licht gaat uit
met schilderachtige kleuren
vogels fluiten mee

Prille bladeren
begroeten de zon
met een buiging

Dorre bladeren
dalen zachtjes- één voor één-
in het lentefeest

Kalende beukhaag
één voor één valt een dor blad
knoppen springen open

Ogenschijnlijk
fladdert klein koolwitje doelloos
warme lentedag

Shoppende hommel
van bloem naar bloem
met stuifmeelkorfje

Zonnewarmte
droogt de natte vlindervleugels
citroentje fladdert

Tulpenbloemen
staan gekleurd open
verwelkomen bijen

Een vogelnest
vol met witte watten
geen ei te zien

De koude nachten
weerhouden zonnewarmte
frisse lentedag

Toch witte bloesem
van verplaatste mirabel
zelfbestuiving

maart

De mirabel
toont witte kleine knopjes
op een kale stam

Vogelgeluiden
begroeten vroege ochtend
geen zomertijd

Een uurtje korter
en toch verslapen
geen haan die ernaar kraait

Elke dag
duiven op een tak
die even vrijen

Een traag schimmenspel
achter groene bladeren
duizendpoot op jacht

De helleborus
telt haar laatste dagen voor
komend bloemisme

De sultan bedreigt
onschuldige Europeanen
een Turkenstreek?

Aardhommel
op zoek naar lentebloesem
ziet de ramen niet

Met de staart omhoog
zingt winterkoninkje luid
wordt ze niet groter

De zon staat nog laag
langgerekte schaduwen
vogels als monsters

Een gedekte tafel
met verfijnde smaken
geen kaarsvet

Een plukje watten
in de snavel van koolmees
vliegt door de lucht

Een licht blauwe fles
versiert de lentetuin
ooit aangespoeld

Een enkel blad
hangt nog hoog in de boom
de wind kent geen tijd

Regendruppels
weerkaatsen kleine knoppen
met lentegroei

Natte stoeptegels
weerspiegelen regenton
kleurloze kringen

Als silhouetten
steken de bomen strak af
verschuift de schaduw

Het roze longkruid
toont haar verfijnde schoonheid
lentebelofte

Dorre bladeren
verdwijnen in compostbak
blauwedruifjeskleur

Vallende houtkrullen
door een vlijmscherpe beitel
totempaal met Thor

Een merel zingt rond
boven alles verheven
ontluikende knoppen

Zijn geroep om haar
klinkt als hoog tweet tweet octaaf
zij schudt de veren

Vogelgeluiden
verdringen grijze stilte
een tulp reikt omhoog

Met trillende vleugels
vraagt het meesje aandacht
scherpt zij haar snavel

Wit tafellaken
ligt roerloos mooi te zijn
kruimels dansen

Engelengeduld
op een boterham met kaas
in de prullenbak

Met mos bedekte
rotsblokken uit de ijstijd
in een krokusveld

Terug in de tijd
herlevend verleden
schoonheid ten top

Vergane glorie
grijze muren verstoffen
kettingen roesten

Als kleuren preken
zonder diepteverwerking
verdwijnt nuance

Stalen kettingen
verroesten voor je ogen
kunstobjecten

Verf krult zich open
toont de oorpronkelijkheid
een stalen pantser

Oud hout verwelkomt
haar statig groene gestalte
slechts een eerbetoon

De tijd begraaft niets
vergrijpt zich aan structuren
kleuren verbleken

Overlevingsdrang
waait met elke wind mee
het winterviooltje

 februari

Stuifzand verstopt
het nieuwe voetgangerspad
geen mens te zien

Reliëf en stuifzand
maken een nieuwe wereld
schaduwen spelen mee

Verdwenen sporen
gegrepen door stormwind
ontzand het strand

Het zand vervliegt
schuurt langs haar koude benen
broekspijpen staan bol

De man houdt zich vast
met doorgebogen stokken
de storm wakkert aan

De storm neemt toe
mensen lopen gebogen
gebroken paraplu’s

Brillenglazen
beslaan door de regenslag
zandkorrels schuren

Striemende regen
slaat op zijn koude huid
glas onder het zand

Regendruppels
op de natte gladde stoep
plassen water

Rimpeloos water
weerspiegelt het roodborstje
druppel kabbelt weg

Op zonnige plek
tekent een ranke schaduw
groenbruin twijgje

In spiegelbeeld
hangen bomen in het meer
schuiven wolken mee

Vijf sneeuwklokjes
stralend in hun wit gewaad
een grijs lentefeest

Pimpelmeesje pikt
schuw om zich heen kijkend
oude pinda’s

Herfstbladeren
verwelken de wintertuin
vogels pikken mee

Gele stippen
verkleuren de wintertuin
krokussen bloeien

Helleborus
hangt aan ranke groene steel
kleurrijk moment

Groene bladeren
schieten uit de woelige grond
kruipen uit hun schulp

Verharde aarde
verzacht haar gelaat voor
tulpenblad

Verfijnde regen
maakt de aarde rozig zacht
sneeuwklokje groeit

Ritmische getik
van regendruppels op blad
vogels vliegen weg

Op de warmste dag
vliegt de ekster naar nestplek
met twijgen

Vijftig tinten groen
bakenen een bloementuin
als een bomenrij

Geen lijnenspel
tekent zich af in de lucht
grijzer dan grijs

Verstijfd en verstild
kijkt de vogel roerloos vooruit
in grijs beton

Fossiele steen
wordt wit in haar hard gezicht
sneeuw pakt uit

Witte tuintafel
verbergt stille geheimen
onder de sneeuw

Motsneeuw
verkleurt de grijze tegel
in vinkensporen

Bevroren natuur
en stilte voor de sneeuwstorm
vogels zonder eten

Haar aardsgezicht
verharde met laagje sneeuw
een handschoen verstijfd

De stille natuur
bevriest haar aardsgezicht
kauwtjes zoeken eten

De regen druppelt
langzaam op zijn kale hoofd
dampend aureool

Vergeten sneeuw
sneeuwklokjes luiden lente
in- voortekenen

Twee grijze strepen
in de licht blauwe lucht
richting het oosten

Het zachte weer
de eerste sneeuwklokjes geven
hoop op nieuwe lente

Verleidingstactiek
woorden zonder inhoud zoeken
de kiezersogen

gezang van vogels
nog geen lente- wel de roep
vrouwtjes zwijgen

Boven het maaiveld
steken klein groene puntjes uit
crocus komt er aan

Straks verkiezingen
wie heeft de beste uitstraling
wie de grootste bek?

januari

Stenen rammelen
stofzuiger haalt kiezelstenen
van het dak

Een paardenstaartje
krullen naar achter gekamd
inhammen zichtbaar

Waar blijft respect
als het niet meer wordt genoemd
ontmenselijking?

Niets lijkt wat het is
in deze blinde wereld
Trump lacht in zijn vuist

De rand van het bos
ligt aan de schaduwkant
gebroken prikkeldraad

Regendruppels
raken zachtjes zijn gezicht
de tranen winnen

Zonnestralen
breken de grijze wolken
bespiegelingen

In dit wiekengeweld
blijft de berkenboom op afstand
wuift het riet niet

Tussen de takken
staan de molenwieken stil
in winterstand

Een eenzame man
sport aan het einde van de weg
op ijsvrije dag

De ruige rijp
sluit haar herfstbladeren in
een ijsbloemenkrans

Onder het gewicht
van vader en zoon kraakt het ijs
wie zakt het eerst?

Een rode ballon
met stervormige figuren
blaast haar adem uit

Lege aarden kruik
straalt in deze winterzon
zwart van binnen

Wit uitgeslagen
berijpte stalen rooster
is zomerklaar

Op een regenton
grillige zwarte takken
zonder vruchten

Een vreedzaam stipje
hangt in de gordijnen
lieveheersbeestje

Mistig uitzicht
witte bomen vieren hun
ijzig isolement

Verdwenen sneeuw
knipoogde naar de lauwe zon
met tranen in haar ogen

Bladeren hangen
herinneringen aan herfst
wachten is begonnen

De witte bomen
vieren een ijzelfeestje
de vijver doet mee

IJzig prikkeldraad
een bevroren stalen lint
met witte stekels

Witte contouren
geven natuur nieuw gezicht
bevroren nevel

De uitkijktoren
op kale grillige takken
wacht een duif op eten

Hier en daar nog sneeuw
vastgevroren aan de grond
lijkt de wereld witter

Pimpelmeesje eet
van pindabollen
de winter duurt lang

Bevroren vijver
herfstbladeren versieren
haar contouren

Waar de zon zich laat zien
worden bomen in het bos
zwarte silhouetten

of:
Bomen in het bos
worden zwarte silhouetten
waar de zon zich laat zien

Vijverwandeling
een dode berkenstam houdt
zich fier staande

Blauwe verf tekent
jaarringen op dode stam
verlaten bastion

of
Ringen tekenen
de dode stam in jaren
de blauwe verf niet

groengele veren
tussen bruine herfstbladeren
zoeken sijsjes eten

Verse sneeuw
reflecteert de blauwe lucht
geen wolk te zien

ragfijne wortels
groeien horizontaal in
glazen bloempot

Buiten danst bruidegom
op exotische klanken
zij trilt van de kou

Grote vlokken sneeuw
wentelen mee met de wind
op de grond een plas

Hagelstenen springen
bij het vallen- en wachten
op wat er volgt

of:
hagelstenen springen
op en neer bij het vallen
en verdwijnen

Witte vlokken
vallen samengeklonterd op
bruine boterham

of:
samengeklonterd
vallen witte vlokken op
bruine boterham

Het zonnescherm
lijkt neergelaten, ik kijk
door vuile glazen

Vlakbij het raam
loopt roodborstje heen en weer
is het daar warmer?

Acrobatiek
gelijk een trampoline
springt ekster naar vet

Muts vergeten
in het licht van de lantaarn vallen
vlokken op zijn hoofd

In voederhuisje
bedekt onder witte laag
pikt koolmeesje sneeuw

Verdwenen voetsporen
witter dan wit wordt alles één
het sneeuwt bij vlagen

Boomschorsreliëf
in groengrijze structuren
sluiten ze inéén

Een winterse dag
sporen van gele trilzwam
op groene takken

Scherpe geluiden
en onbedwingbare storm
verbuigen halmen

of:
halmen verbuigen
een onbedwingbare storm
kent geen genade

Kijk ze zweven
moeiteloos blaast de wind
bladeren omhoog

In versneld tempo
drijven wolkenpartijen
anderen achterna

De regenworm slaapt
een meeuw trilt stampvoetend
koude aarde los

Bladeren waaien
trillen zonder geluid
daar gaat er weer één

Windkracht acht
cirkelende meeuwen
balanceren moeiteloos

Bruine beukenhaag
nog vol dode bladeren
geeft de wind geen kans

Natte tuintegels
bedekt met kleine vormen
groene mos schuift op

lichtgroene sporen
tekenen grillig op
boomschorsrelief

Ondersteboven
spiegelt het statige huis
in verstild water

of|
verstild water
het statige huis spiegelt
ondersteboven

in kleine groepjes
komen de staartmezen langs
vluchten zonder eten

Habibi is haar
naam, waar je goed kan eten
wij blijven praten

Nu de mist optrekt
lijkt het weidse veld groener
blijft  de lucht vaalgrijs

Iedere ochtend
staat het roodborstje voor het raam
pikt naar evenbeeld

Wegen spiegelen
gladheid zonder grenzen
ganzen in de sloot

Bladeren zweven
lichtvoetig over de grond
raast de koude wind

Winterharde violen
hangen terneergeslagen
waar blijft de zon?

Een mus verstopt zich
in een brede beukenhaag
sperwer kijkt slechts toe

Met zijn allen
storten ze zich al vliegend
op een korstje brood

Op mijn tuintafel
kijkt roodborstje schichtig om
typte geen woorden

De meeuwen schreeuwen
schudden hem krijsend wakker
dichte gordijnen

Ach!  Duiven vrijen,
zachtjes raken ze elkaar
blad valt uit de boom

Verstijfd door de kou
plakken halmen aan elkaar
kabbelt ijswater

De schillen geuren,
gepelde sinaasappel
zit al in mijn mond

De vrieskou vannacht
geeft nog geen Elfstedentocht
op glad ijs wagen

Boomklevertje zingt
fluit het jonge vrouwtje na,
spechtenhol is klaar

Hemelse kleuren
verdampen naar oranje
vogels verstillen

De lage zon strijkt
over het koude gazon,
draven mollen door

De heggenmus  zoekt
verfijnd naar klein etenswaar,
mussen knoeien wat

Hoor!…. Gehakketak,
trommelmuziek in mijn oor,
specht weer niet gezien

Strak klemt de staartmees
zijn pootjes rond de vetbol
pindasmaak is hard

de bezem veegt blad
van gisteren en vandaag
alles hetzelfde

Krijsende meeuwen
vliegen achter elkaar aan-
brood zweeft door de lucht

De nacht gaf mijn droom
een snelle motor cadeau
twee lekke banden

wolken drijven weg
zonnestralen als laatste
ochtend rood even

De vuilniswagen
vandaag later dan anders
bevroren kliko’s

zeventig jaren
waarin ik nu mag bestaan
wolken verdwijnen

De kale ginkgo’s
missen heilzame bladeren
nu andere thee

De pimpelmees zoekt
op zijn kop voedzaam eten
koude parasiet

De winterharde
bosbesstruiken groeien door,
roodbruin blijft de kleur

Onverharde pad
loopt dwars door lage heuvels
slak haalt de overkant

Kraaien wentelen
behendig in de stormwind
bomen houden vast

Riet wuift heen en weer
buigt onvermoeibaar neerwaarts
snoek woelt de aarde

Torenvalk bidt stil
volgt de snuffelende muis
een mol drukt zijn snor

Als een stille dood
verdwijnt verlichte kerstboom,
op mijn zolder niet

met koude voeten
omschrijf ik mijn gevoelens,
pantoffels zijn zoek

Ik ruik weedlucht in
mijn auto met achterin
een smerige fiets

zwart witte beelden
zaaien in mijn boventuin
mist in de verte

interpreteren,
een nieuwe werkelijkheid
zonder de feiten

De amarillys
kijkt mij verwelkt open aan,
een leerzaam moment

Bomen buigen diep
raken elkanders toppen
mensen lopen door

De oude ceder
recht zijn uitgestrekte rug
niemand kijkt omhoog

Gelaten vroeg hij
aan God, geef mij alsjeblieft
een poot om op te staan

Muren begrenzen
culturen die niet anders
zijn dan taal geschil

De avond grijpt in
pakt duisternis bij haar hand
wantrouwt de schaduw

Erbarmen als daad
vraagt om gedrag en gebaar
van menselijkheid

Elke nieuwe dag
vraagt om erbarmen voor nu,
geen dodenlijsten

Deze stille dag
slaapt haar mistige roes uit
zonder dronkenschap

Afgezaagde boom-
stammen pronken in het groen
deze nieuwjaarsdag

#2016

   december

Sterren verdwalen,
spatten veelkleurig uiteen,
oudjaar is niet meer

Schepen liggen stil
tussen zeilloze schimmen,
de schilder speelt mee

Wat ik niet opschrijf
is nog niet geboren taal
dat anders kan zijn
Wat ik niet opschrijf
zijn ongeboren beelden
hier erg ver vandaan
Wat ik niet opschrijf
zijn verstopte gevoelens
als ik mij omdraai
Wat ik niet opschrijf
zijn rijke fantasieën
met zonder woorden
Wat ik zeggen wil
staat hierin niet geschreven,
morgen komt er meer

Zachtjes sluit dit jaar
haar ongewilde dagen
en hoopt op morgen

Gespoten nerven
met witte bladschaduwen
leven niet langer

Bevroren nevel
lichte boomstammen worden
rijpe ijsbloemen

De dag gaat blozen
als de nacht zich terugtrekt
in haar wijds japon

(Senryu)
Tussen de woorden
zinspeelt mijn geest op letters
zonder alfabet

Met rijp toebedeeld
trilt het witte spinnenrag
bij elk zuchtje wind

(Tanka)
Daar in de verte
gloort hoop voor bange dagen,
grijpt zij naar boven
waar deze nacht haar aanschouwt
in haar vermoeide ogen

Weer een jaar voorbij
waar onzichtbare wegen
mijn ziel versleten

Vermoeide ogen
zien de rust van een ander
met gesloten mond

Hier woorden lezen
zonder dagelijks verband,
mijn huis staat in brand

Nog maar heel even
zwaai ik naar het verleden
draai ik mij weer om.

In deze duisternis
leeft licht en het beleven,
droom je voor even

Door mist opgeslokt,
kijken veel trouwe ogen
naar mijn schimmenspel

Als een slangemens
slingert het licht haar kleuren
door dikke aders

Deze nacht lacht zacht,
schuift de duisternis opzij,
laat het licht dalen.

Waar trots geen rol speelt
in eindeloze natuur,
roept hij mij bij naam

Heidenen vierden
hun kortste dag met dennen-
bomen, een lichtwens

“Ruik mij toch!”, roept de
hyacint die voor het raam
blauw staat te pronken

Een traan loopt ver weg
vol mededogen om hen
en verlaat mijn wang

Mijn aarde beweegt
langs haar maan en warme zon,
vraagt nooit waarom

De klok telt haar tijd,
tikt haar volle seconden
volgt mijn ritmisch hart

Slaap wikkelt mij in
een dikke warme deken
en steelt mijn dromen

De wind keurt mijn neus,
verspreidt haar fijne luchtjes,
test mijn zintuigen.

De dagen lengen,
de winter wacht op haar sneeuw,
mijn voeten doen zeer

De rijpe voorgrond
verbergt het koude water
in diepe stilte

De dichte nevel
omarmt mijn veilig wit thuis,
houdt haar gevangen

Alleen het water
weerstaat de koude mistgolf,
spiegelt haar gezicht

In de verte gloort
een onzichtbaar paradijs,
mijn land verdwijnt

De overkant zwijgt ,
kijkt in verstilde mist toe
hoe zij verandert

Desinformatie,
alsof nevel wordt gestrooid
om te verdwalen

Mist sluipt ongrijpbaar
en verspert mijn vergezicht,
ik volg de bomen

Verkouden aarde
koestert in nevel gehuld
haar eigen morgen.

Woorden overspoelen
mijn geest, terwijl de deur piept
en de sleutel kraakt

In al mijn onrust
bewegen mijn twee benen
moeiteloos het meest

Je ziet wat je wilt
zien wat ook anders kan zijn
achter de maskers.

Waar woorden preken
zonder enig rekenschap
verdwijnen mensen

Deze maatschappij
schreeuwt om normen en waarden
zonder fundament.

Normen en waarden
hernieuwen de maatschappij
zonder dialoog

Kerststallen zien
maakt deze wereld vredig,
sluit onze ogen.

Pimpelmeesje zoekt
tussen de sparrentakken
haar dagelijks maal

Dit feest van het licht,
op korte zotte dagen,
pijnigt mijn ogen

Atheïsme beeft
onder goddelijk geweld
van gelovige

Het is mijn god niet
die gelooft in erbarmen
waar het geweer spreekt

Veilig zit ik hier
omringd door taal en woorden
zonder ruggespraak

Mijn geest hunkert naar
speelse woorden in oorlog
waar de dood op wacht

Kerstmis en kermis,
het verschil zit in de “t”,
niet in de lichjes.

Vredig lopen wij,
waar velen naar hunkeren,
kerstmis tegemoet

De lage zon gloort,
straalt kleuren over haar aard,
verliest van de nacht

Kiezelsteentjes fijn,
opborrelend mozaiek,
kunstig strandmoment.

Ledig en droog meer
smacht naar verdwenen water,
sporen van verdriet.

Kerstmis en cadeaus
vieren hun ongemakken,
bodypaintster niet.

Als een labyrint
zoek ik mijn zoete boeken,
verdwaal op de trap

Museumschaken,
een verwonderlijke plek
waar de kunst thuis hoort.

Vijftig grijstinten
verkleuren mijn avondstrand,
de nacht zwijgt even.

Zichtbaar en fragiel
geniet zij van het moment
waar de wind naar smacht.

De regendruppels
fonkelen als juwelen,
verslinden mijn oog.

Fel knipperende
kerstlichtjes geven kerstmis
een stoplichtgevoel.

Foto’s spiegelen
mijn innerlijke onrust
dat alles wil zien.

Waar zit het verschil
tussen taal en emotie,
tussen jou en mij?

Vage gezichten
met betekenissen die
ogenschijnlijk zijn

Tussen de zuilen
vindt de discours haar toekomst,
in die wetenschap.

Haar stille leegte
herbergt overstijgende
monnikengezang.

Haar volle klanken
echoën langs de zuilen
waar het geloof roept

Ondanks de kilte
van vloer, zuilen en plafond
heerst hier de stilte.

In kloostergangen,
gevangen door licht en zuilen,
bidt de monnik stil

De hemelse zon
verkleurt mijn historisch thuis
met regentinten

Bomen blikken nog
blozen om dit spektakel,
mijn mond valt open

Wat vertel ik met
mijn kleuren die jij niet snapt,
je bent zo anders

Het gemaal stroomt niet,
overtollig kleurwater
zit in de hemel.

Het nonnetje duikt
met zijn zwart wit keppeltje
en breekt het water

Met zachte kleuren
dringt het onuitwisbare
mijn wereld binnen

In dit lieflijk huis
droomt een deel uit mijn leven
zonder er te zijn

Waar zwijgen luistert
naar haar kloostergebeden
sluiten de deuren

Een witte deken
vloert haar gebruinde aders
met rijpe sporen

De natuur versiert
met kleurige rondingen
haar winters gevoel

Fiere bladeren
wachtend op een vleugje wind
bekennen geen kleur

Het gouden licht straalt
maakt haar onaantastbaar warm
sterkt haar silhouet

Bladeren sterven
rouwen met een witte rand
rijpen in de dood

Als diamanten klein
met sprankelende sterren
kleuren mijn ogen

Langs dit harde pad
schrijd ik naar het verlichte
pakt je bij de hand

De hortensia slaapt
met rijp onder haar ogen,
randen van kristal

De witte tafel,
eens zwart, grauw en van oud hout
rijpt in de morgen

Bomen verbreden
in dit blauw witte geweld
late zonnegroet

Een laatste knipoog
over gerijpte velden
afscheid in licht blauw

Rijp op de velden
in dun wit geboren kou
smachtend naar morgen

De zon zoekt haar weg
dringt door tot verre einden
liefkoost haar gelaat

Bij dit lieflijk huis
droom ik terug in de tijd
zonder erkenning

De stam strekt haar arm
zwijgt in het luchtledige
dwarsigheid beloont

Kale boomstammen
spiegelen hun strak gelaat
met kleurig verval

Bladeren zwelgen
tollen over elkaar heen
zoeken een rustplaats

Bijna Sinterklaas
zachtjes ritmisch bewegend
dansen de muggen

Waar vind ik stilte
in mijn snelle woordenvloed
het klooster misschien?

De nacht neemt afscheid
langzaam krijgt het licht ogen
kan ze mij weerstaan

Het daglicht verdrijft
de nachtelijke nevel
verlaat haar gezicht

    November 2016

Zo ver hier vandaan
je gezond verstand volgen
kan je trots op zijn

De muggen dansen
rondom de rododendron
de kou keert ze niet

Woorden verhalen,
scheren geschoren oren,
dragen fantasie.

Zijn is gebleven
grijpbaar voor wie ik niet zie
verhulde onzin?

Bladeren warmen
opeengehoopt bij elkaar
humus voor morgen

In kijk in het niets
iets wat niet bestaat nochtans
de lokroep van haar

Winterse blikken
verstilde ijzig landschap
de mol viel in slaap

Waar zijn de dromen
van mijn licht verdwaasde ziel
zie ik ze vliegen?

De dag vertrekt snel
de nacht veegt haar vals gezicht
de maan lacht maar half!

Ongrijpbare dromen
nemen mij mee in de vlucht
onweerstaanbaar snel

Geur en verstilling
de abdij kent geen voortgang
de lavendel bloeit

Licht streelt bladeren
zon doorbreekt de koude dag
takken buigen diep

Wit zwarte wilgen
trotseren het ijswater
beelden liggen vast

Bomen langs de kant
spiegelen haar koud gelaat
de toren lonkt ver

Het verstilde buiten
met zachte windvlagen kou
kijkt mij innig aan

Rijp schoont de daken
verkleedde mijn warme huis
de kou grijpt zich vast

Zo ver hier vandaan
kan ik je geen hand reiken
kan ik niet troosten

Streng keken ze toe
hun zelfbeeld moet wel kloppen
spreeuwen schreeuwen niet

De vage spiegel
keert mij haar ruige rug toe
weet niet wie ik ben

Thuisgekomen zelf
mijn verloren gewaand huis
de nacht ziet mij staan

creativiteit
de dirigent heft zijn stem
vijftig toonaarden

Het verleden roept
langs onzichtbare dijken
dromen een nieuw land

De kerk ziet neerwaarts
aanschouwt haar gewenst rijkdom
Een hemel te klein

De aarde geeft haar rijk
wroetend in zachte aarde
eten voor morgen

De ochtend ontwaakt
lacht haar nieuwe aarde toe
nacht sluit haar ogen

De nacht geeft de dag
vele handen en voeten
en natuurlijk licht

woorden bespringen
mensen op weg naar hun zijn
duwden mij opzij

Woorden ontspringen
de dans dichtbij het altaar,
niets wordt overhoord

Woorden verspringen
en kunnen mij niet volgen
negen slaat de klok

Gave kust de dag
ontmanteld vele jaren
vandaag begonnen

Leef zoals het is
morgenstond ligt te wachten
wakkert mijn leven

Wie mij kent verschilt
van gisteren naar vandaag
de nacht ontsloten

Herinneringen
verfijnen schilderspalet
mijn droom van morgen

Een vogel vliegt weg,
ik  zit vast aan haar aarde
vluchten lukt niet meer

waarom begrijp ik
de ongrijpbare stilte
ver van mij vandaan

De rots sprak tot hem
kilometers hier vandaan
stilte niet te koop

Vogels zijn waakzaam
bespeuren bewegingen,
de kat likt haar aard

Kale boomstammen
bereiden zich rustig voor
ik kijk er doorheen

Bomen buigen zacht
geworteld in het aardse
winter komt eraan

De stilte valt op
bomen staan na te hijgen
takken zijn verdwaasd

Storm blaast bladeren
in het koele luchtledige
een enkele reis

Laatste bladeren
verliezen innig contact
bomen buigen zacht

Verdwaasd verkleurd blad
ontwaakt in de woeste wind
herfst neemt warm afscheid|

In mijn aards denken
aanschouw ik silhouetten
met ontroerd gevoel

Lichtjes verkleuren
veranderen aangezicht
fantasie ten top

Lijnen in zwart wit
herkennen de historie
mensen gaan voorbij

Pluisjes zijn alert
wachtend op een zuchtje wind
om los te laten

De waarheid flessen
argumenten bedenken
feiten ontkennen

De zon breekt de nacht
schudt bomen stralend wakker
pakt mij bij de hand

Kleurrijke beelden
silhouetten versterken
kortstondig moment

De hemel verbrandt
de aarde schudt haar veren
ogen schieten vol

Flessenrellen nieuws
het gaat niet om de inhoud
maar om een nieuw feit

wc-papier praat
ik hang, ik rol en ik veeg
vrijheid tegemoet

Kleuren ontwaken
grijpen diffuus in elkaar
kunstschilderspalet

Bloemen in de vaas
verdorren voor mijn ogen
eeuwig verlangen

Waar dorpen wonen
en rivieren verstillen
loopt de tijd niet meer

Op deze ochtend
kwam chaos tot leven
in creativiteit

Spiegelend kijk ik
in tijdelijk water
hetzelfde beeld blijft

Aquarelleren
stoeien van licht naar donker
een nieuwe wereld

Troosteloos landschap
velden rijpen onder kou
de nevel sluit haar in

Openhaardblokken
liggen klaar voor de winter
hier wint de warmte

De zon lachte toe
verwarmde kale bomen
de wereld verhard

Langs het Pieterpad
mijn ogen werden verblind
door zonnestralen

De boom lachte hard
om verloren bladeren
lente in de knop

Uitdagen als pret
roept vraagtekens op voor jou
mijn masker lachte

Net thuisgekomen
van een reis uit het noorden
stuur ik nu mijn hoofd

Mijn speelse woorden
vertellen jou niet alles
blaren op mijn tong

Het natte wegdek
speelde geen enkele rol
de huizen blijven

Historisch gebouw
schittert in het gouden uur
tijdgeest fantasie

Dronken verwoorden
met vergezichten en tekst
slapeloze nacht

Ziet de spiegel mij
als een schaduw in de nacht
wachtend op morgen?

De hemel kijkt toe
verandert onze beelden
wat blijf ik toch klein

De weerspiegeling
van het kostbare aardse
een vluchtig moment

Hemelse kleuren
bewaken het lege strand
de vuurtoren ook

Schrijf ik gekscherend
lettergrepen in verval
alfabet gelul

Dubbel als ik zie
raast alles versneld voorbij
luchtweerspiegeling

Door vluchtige grond
zie ik de lichte hemel
blijf ik dicht bij jou

Transparante mist
de aarde ontwaakt later
duisternis in USA

Speels vertolkte tekst
bedriegen een ogenblik
reflectie van nu

Bied ik een zetel
gelovige om je te behagen
het kruis weegt zo zwaar

Vervaagd doem je op
Getekend door het behang
Blijf je ongrijpbaar.

Droom ik over kleur
In mijn blindheid voor morgen
Sta ik stil bij nu

Mijn verkleurde thuis
Vergezeld mij naar morgen
De muren zijn stil.

Mijn voorkeur voor tekst
voor geweldloze woorden
maakt deze dag goed

Klein glanzend dorpje
na een grondig onderzoek
past geen thuis voorgoed

In deze naaktheid
Beweeglijk en toch langzaam
Besluip ik het niets

Waar takjes zwerven
Buigt de stam onvoorwaardelijk
Als de aarde zwijgt

Bang voor de doden
Sloot hij zijne ogen toe
Om nooit meer te zien.

Zon streelt haar aarde
verwarmt vage momenten
hond piest het paaltje

Binnenkort val ik
op de verkouden aarde
beelden dwarrelen.

Natuur is verkleurd
in haar weerspiegelingen
de lente ligt klaar

Handen behagen
een gesloten werelds boek
waar ik mij verlies

Wind vervaagt het licht
wolken stormen en vergaan
trotse bomen staan.

De preek van de vos
horen, ruiken en alziend
honden blaffen hard

Wat van mij bij blijft
zijn woorden die verliezen
de beelden van nu

Tranen in de herfst
verzamelen haar sporen
kleurpotlood jaloers

Dwalend door mijn stad
kijk ik naar het verleden
leg ik dit nu vast

Gisteren verlost
van nachtelijke dromen
kom woorden te kort