Haiku

Je leest wat je wilt lezen en wat je leest kan anders zijn!

2018

December

Regen op de straat
bijzondere reflecties
gespiegelde boom

Bladeren waaien
door de koude oostenwind
zwijgzame takken

Maan begroet de nacht
halve zalvende klanken
zonder een gehoor

Veel silhouetten
in de grauwe grijze lucht
vluchtige vogels

Enkel lichtpuntje
breekt de grauwe grijze lucht
vluchtige wolken

Sierui vol druppels
buigt door haar zware gewicht
een slak reikt omhoog

Kabbelende beek
streelt het riet langs de oever
gebroken spiegel

Het winters landschap
verstild de laatste bloemen
zonder beweging

September

Omtrekkende scheur
schuurt de witte muurhuizen
verf bladdert de tijd

Geen geheime deur
in een gemetselde nis
dat geloof je niet

Met verwondering
aanschouwt hij een wereld
door bijen-ogen

Daar in de verte
draagt de horizon de zee
verdwenen palen

Verfijnde druppels
tekenen bloembladeren
in kleurrijk palet

Augustus

Woorden begrijpen
als een levenskunstenaar
genoeg empathie

Gestorven woorden
hij snakt naar zuivere lucht
stof van schoolbordkrijt

Lijnen tekenen
op het diep zwarte schoolbord
verborgen taal

Verwoordde tekens
soms zeer onsamenhangend
de taal in ons hoofd

Juli

Droge patronen
in het waterloze wad
oneindig kleispoor

Een grauw grassprietje
houdt zich droog en eenzaam vast
verlangt naar water

In diepe sporen
tekenen de patronen
gezwollen aarde

April

Tere bladeren
wapperen door de warme wind
de haagbeuk vergroent

De wolkenschaduw
tovert drie spookgezichten
op vluchtig moment

Vluchtig vervagen
de dunne grijze strepen
in de blauwe lucht

Een broze wereld
spat als een boze droom uiteen
morgen is niet meer

Intens verdrietig
zo pijnlijk als een messteek
ongewenst moment

In hoge bomen
zingen langs tere takken
lente geluiden

Nieuwe geluiden
van de merel in kale boom
het andere groeit

Een nieuw leven groeit
niet ver van zijn lege huis
wonderen bestaan

Gaat de tijd voorbij
aan zijn verwachtingspatronen
een gelukkige gedachte

Zo klein als het is
draagt zij haar broze wereld
voor een nieuw begin

Maart

Schaduwen op raam
spoken door de harde wind
de volle maan lacht

Angstig kind in bed
roept zijn moeder luid en hard
nachtelijk verdriet

De zonnestralen
bruinen zijn vale gezicht
geen vitamientjes

Onnavolgbare
warme herinneringen
verkleurde foto’s

Het roze honsdraf
steekt voorzichtig haar nek uit
lente begroeting

Niets ontgaat haar blik
speurend naar een warme hap
nu nog luchtvlieger

Met volle borst
fluit de merel toonhoogtes
muzikaal gemak

Het verborgen leed
achter de medicijnen
neem maagzuurremmers

Glazen lijnenspel
met lichte stalen randen
Amsterdamse school
Door zijn camera
aanschouwt hij deze wereld
pakt hij het moment

De kale vlakte
schreeuwt om veel regenwater
bloeiende cactus

Lege bladzijde
vervormd met potloodwoorden
keert hem de rug toe

Erkenning van zijn
gevoel voor creativiteit
nieuwe bladzijde

Een oude foto
vage herinneringen
zijn jongens jaren

Kleuren verlopen
zonder zure bezwering
een zoete appel

Een lichte rilling
langs tere bloembladeren
verkouden windvlaag

De waterkleuren
doorlopen het kale vlak
een schilderspalet

In haar open mond
speurt de tandarts naar gaatjes
houdt hij van kiezen

De zachte aarde
geeft alle bollen ruimte
lente bekent kleur

Een diepere laag
in zijn bevochten bestaan
creativiteit

In zijn bestaansrecht
met beslagen brilleglas
was dichtbij veraf

De kalme verte
komt haar verstild tegemoet
lente dient zich aan

De avond merel
doorbreekt stilte in haar tuin
een laat afscheidslied

Veel en luid getjilp
in de open en kale heg
geen nesteldrang toon

Bevroren grachten
verliezen hun harde kleur
de zon toont zijn kracht

Weer een grijze dag
waar wolken zich verschuilen
geen sneeuwval op komst

Witte vissersboot
komt terug van koude zee
ijspegelfestijn

Februari

Dikke winterjas
vertraagt in snijdende wind
zo onherkenbaar

Een lastig gesprek
wachtlijsten bij hospices
de dood kent geen tijd

Met krachtige stem
praat hij over het einde
wacht het hospices

Acht maanden leven
opent de dood de deuren
zonder een sleutel

Zon warmt de aarde
thuis verlangt zij naar buiten
vrieskou weerhoudt haar

Kou snijdt door hem heen
als een bot scheermesje
geen veilig huis

Bedachte haiku
valt in het koude water
bevroren woorden

Nu witte neerslag
op betonnen dakpannen
morgen schaatsen rijp?

Met fijne tonen
begroet merel ochtendlicht
zalmkleurig palet

Natte weilanden
spiegelen de grijze lucht
hier en daar ijslaag

Weer zon in de tuin
geeft hem een vrolijk gevoel
rijp verwatert

Kale beukenhagen
warmen zich in winterzon
bloeiende krokus

De benen niet goed
en niet kunnen pieken
schaatsen in het vet

Geen bloemen vandaag
de dag was net begonnen
haar Valentijnsdag

Haar Valentijnsdag
was nog maar net begonnen
geen rode rozen

Licht van de lantaarn
speelt met zijn zwarte schaduw
duisternis voorbij

Potje pindakaas
lokt diverse groepen vogels
nieuwe hanggroepen

Bedelaarsgedrag
van een cirkelende meeuw
met scherpe kreten

Met zonnewarmte
ijlt de koude lucht voorbij
verschuiven wolken

Oranjekleuren
schuiven zijn ogen binnen
gouden medailles

Gebroken wijnglas
midden in de zoete nacht
een heftig geluid

Geluid van papier
blijft achter in zijn oren
verscheurde haiku

Een beetje warmte
op deze koude winterdag
in zijn schoenen

Stemmen om hem heen
bepalen niet zijn gedachtes
alleen hijzelf

Fijne bekermos
een streling voor mijn ogen
met een vergrootglas

Bladeren zwerven
zwemmen in het luchtledige
de bladblazer werkt

De koude aarde
weerhoud de bloembollen niet
eerste blad ziet licht

Stilte om hem heen
speelt met zijn gedachtes
geen medicijnen

Nog is het donker
zingt merel het hoogste lied
als nooit tevoren

Eens een trotse beuk
ligt in stukken op de grond
houtsnippers voor zalm

Vogelgeluid
komt speels zachtjes binnen
muziek gekwetter

Witte strepen
doorklieven het uitzicht
sneeuwvlokken geweld

Takken buigen
door de zachte warme wind
in een grijs ornaat

Januari

De kale takken
van de trotse beukenboom
morgen een haardvuur

Met ochtendgloren
krijgt de zon kans te stralen
zingt een merel mee

Een helleborus
trekt zich niets aan van regen
de winterbloesem

Het verdronken land
verbergt kostbare weiden
koeien in de stal

In diepe stilte
langs serene waterkant
zelfs het riet zwijgt

Met hoog water
spiegelen halve bomen
in verdronken land

Sneeuwklokjes bloeien
in een warme periode
de kou houdt zich koest

Weinig tekening
in vluchtige wolkenlucht
wel “v” vormen

Straten spiegelen
kleine historische huizen
een monumentum

Donker silhouet
steekt af tegen grijze lucht
in sierlijke vlucht

Wolken stapelen
in de licht blauwe hemel
witte gezichten

Sierlijke ranken
reiken naar het ontbrekende
de zon tegemoet

Na roerige dag
spreidt de stilte haar armen
trilt de aarde na

De heftige storm
overstemde geluiden
geen vogelgezang

Stilte na de storm
geeft de aarde weer adem
dakpannen schade

Het stenen huis trilt
de storm ontziet niets
de ramen staan bol

Als een spelletje
blaast de wind genadeloos
met volle longen

Vuilniscontainer
delft het onderspit als een
speeltje van de wind

Eindeloze stroom
volgelopen uiterwaarden
landschap verwatert

Een koude nacht
opgeschrikt door onweersklap
bui hagelstenen

Een helder geluid
met hoge volle klanken
het koolmeesje lokt

Wind verjaagt de smog
de kachel lacht zich vurig
de aarde versmelt

Stalen kolommen
trotseren de koudeval
bladderende verf

Het hoge water
geeft haar een ander gezicht
weerspiegelingen

Lichte woordflitsen
schieten genadeloos doel
slapeloze nachten

Vogelgeluiden
licht en zachtjes herhalend
nog geen lentezang